BLOG: ‘De drukte in de stad los je niet op met verboden’

Zolang de ruimte er is en de stad het kan dragen, moet je het niet willen om als ‘moedertje overheid’ met een wijzend vingertje op te leggen hoeveel gefeest mag worden of hoeveel stadsattracties bezocht mogen worden, maar is spreiding de oplossing, schrijft voorzitter Caesar Bast.

JS Amsterdam

In de afgelopen maanden heeft het debat over de drukte in Amsterdam een grote wending gekregen. Dat is goed, want de hoofdstad dreigt onbewoonbaar te worden als we het ‘laissez-faire’-denken geen halt toeroepen. Amsterdam City Marketing heeft de stad veel goeds gebracht, maar de situatie dreigt in chaos te verzanden. Elke dag Koningsdag-taferelen in de Amsterdamse binnenstad? Dat moeten we niet willen, maar in de zoektocht naar de druk verlagende middelen moeten we zorgen dat we niet teruggaan naar de tijd waarin ‘moedertje overheid’ met het wijzende vingertje bepaalt wat we wel en niet mogen. De verzuring in het debat over drukte moet worden voorkomen.

Gisteren presenteerde de PvdA in Amsterdam haar visie op het druktedebat in debetcentrum De Balie, ‘De paradox van de ideale stad’ geheten. Daarin werd het beeld van de stad Amsterdam geschetst als ‘ideale stad’, waarvan het succes zichzelf in de staart dreigt te bijten. “Zoals de oververhitte woningmarkt de gemengde stad onder druk zet, zo zet de toenemende toeristenstroom de leefbaarheid van Amsterdam onder druk”, werd gesteld. Dat klopt, maar de manier waarop we leefbaarheid van de stad trachten te waarborgen is van essentieel belang voor het succes van de maatregelen.

Door het aantal festivals in te perken of de toeristenbelasting op attracties als Madam Tussauds, Artis of het Rijksmuseum te verhogen los je het probleem niet op. Met de benepen houding om dingen maar te verbieden zorg je slechts voor meer weerzin en minder draagvlak, terwijl we allemaal hinder ondervinden van de drukte die de spuigaten uitloopt.

Caesar Bast Tweet citaat

De aantrekkingskracht is van levensbelang voor een levendige en moderne wereldstad, maar tegelijkertijd is de drukte een bedreiging voor de aantrekkelijkheid. Het is de paradox van de stad Amsterdam, maar anders dan de nota doet lijken is de keuze niet tussen festivals en drukte of tussen dagjesmensen of échte Amsterdammers. Nee, de keuze is: gaan we slim of dom om met de aantrekkelijkheid van de stad.

Door het aantal festivals in te perken of de toeristenbelasting op attracties als Madam Tussauds, Artis of het Rijksmuseum te verhogen los je het probleem niet op. Met de benepen houding om dingen maar te verbieden zorg je slechts voor meer weerzin en minder draagvlak, terwijl we allemaal hinder ondervinden van de drukte die de spuigaten uitloopt.

Stadsattracties beboeten?

Het verhogen toeristenbelasting voor attracties om dagjesmensen te weren, vind ik dan ook een afgrijselijke gedachte. Ondanks het feit dat het idee ongetwijfeld met de beste bedoelingen op tafel ligt, heb ik daar grote vraagtekens bij. Daarmee zet je namelijk een kleine muur om de stad voor andere mensen uit het land. En hoe graag ik ook vaak veronderstel dat Amsterdam een republiek is, zegt mijn sociaaldemocratische gedachte dat het de hoofdstad is van ons allemaal. Daar hebben wij allemaal even veel recht op in dit land. Net als dat de Amsterdammer alle recht heeft om een dagje naar Rotterdam, Leeuwarden of Maastricht te reizen. Daarnaast maak je die stadsattracties ook nog eens ontoegankelijker voor de Amsterdammer en dat moet je niet willen.

Het is belangrijk om een brede visie te hebben op de stad, haar ontwikkeling en de problemen die daaruit volgen. Het is belangrijk om te denken aan de mensen die in Amsterdam wonen, aan de mensen die in de toeristische sector werken en aan de verkeersdeelnemers in onze drukke hoofdstad – maar zodra het aankomt op het aantal evenementen en ‘stadsattracties’ is het simpel roepen dat de stad tot pretpark verwordt. Denk niet in beperkingen, maar in mogelijkheden en zorg ervoor dat toeristen, dagjesmensen én de gewone Amsterdammer gedreven wordt om meerdere plekken in de stad te bezoeken.

Door allerlei drempels op te werpen en verboden uit te schrijven, werk je op een ineffectieve manier naar het uiteindelijke doel, en dat is het tegengaan van de extreme drukte die de spuigaten uitloopt. Daar ondervindt iedereen hinder van, zélfs de festivalganger en de dagjesmens. Vergoot het draagvlak, verklein de weerzin en denk niet in verboden, maar over hoe om te gaan met geboden. Op die manier voorkom je verzuring in het debat over drukte in de hoofdstad, maar streef je effectief het doel na.

Minder, minder festivals

Datzelfde geldt voor het festival-dossier. Ook hier weer geldt dat de wens overduidelijk de vader van de gedachte is, want verminderen we de druk als we festivals verbieden? Je kunt veel over festivalgangers zeggen, maar in de stad lopen ze niet rond. Afgezien van de massale uittocht in de avond na zo’n feestje valt er verder weinig te klagen, maar de essentie van dit vraagstuk ligt bij de overlast voor omwonenden. Die overlast kan worden tegengegaan zonder de behoefte van mensen onnodig in te perken.

Zolang de ruimte er is en de stad het kan dragen, moet je het niet willen om als ‘moedertje overheid’ met een wijzend vingertje op te leggen hoeveel gefeest mag worden of hoeveel stadsattracties bezocht mogen worden. Nee, Amsterdam moet niet de stad worden waarin altijd ongeremd gefeest wordt en de centrale parken moeten niet de hele zomer lang verpaft te worden aan festivalgangers, maar dat kan opgelost worden met spreiding – op die manier houd je voor ieder wat wils in de stad.

Categorieën: Blogs, Economie, Wonen

Jonge Socialisten in de PvdA